Er hangt altijd een beetje een specifiek beeld om klassiekers heen: Ze zijn moeilijk, oud, stoffig, saai, niet van de tijd… Een boek wordt niet zomaar een klassieker, het moet de tijd doorstaan, ongeveer 20-30 jaar nadat het boek is uitgekomen moet het herdrukt worden, moet het een stempel op de nieuwe generatie zetten, en moet het echt gelezen worden. Voor de moderne klassieker heb je maar 10 jaar nodig, maar natuurlijk zijn er ook ultieme klassiekers die al ouder zijn dan 50 jaar, en dat zijn vaak degene waar het nu onder één kam mee wordt geschoren: Oude taal en stoffig. Maar ik heb genoeg voorbeelden van klassiekers die uit zijn gekomen tussen 1862 en 2008 die jij ook echt niet kunt missen!
Extreem luid en ongelooflijk dichtbij – Jonathan Saffran Foer
2005 Amerika – Visuele experimenten, diverse generationele trauma’s waaronder 9/11
Hongerspelen – Suzanne Collins (Review Dageraad)
2008 Amerika – Dystopisch, grondlegger moderne YA Literatuur
The Green Mile – Stephen King
1996 Amerika – Anders dan traditionele horror, maatschappelijke en culturele thema’s



De Hobbit – J.R.R. Tolkien
1937 Engeland – Grondlegger Fantasy Literatuur
Kronieken van Narnia – C.S. Lewis
1950 Engeland – Geliefd bij jong en oud door symbolieken, miljoenen exemplaren verkocht. Samen met Tolkien grondleggers voor de Fantasy literatuur
The Northern Lights – Philip Pullman
1995 Engeland – Unieke fantasy elementen



Les Misérables – Victor Hugo
1862 Frankrijk – Sociale kritiek, historische waarde en psychologische diepgang
Oscar et la dame Rose – Eric-Emmanuel Schmitt
2002 Frankrijk – Zware thema’s in een dun boekje, literatuurlijsten Frankrijk en het vak Frans
Flowers for Algernon – Daniel Keyes
1966 Engeland – Unieke dagboekvorm met verbetering in spelling, science fiction
De kleur paars – Alice Walker
1982 Amerika – Revolutionair voor zijn tijd, unieke briefvorm, eerste poc die prijzen won




