Misschien moet je iets lager mikken is een autobiografische roman van Milio van de Kamp waarin hij heel duidelijk en rauw over armoede en kansenongelijkheid praat. Het is interessant, confronterend, inspirerend en vooral belangrijk. Een eye-opener voor vele mensen, en vooral interessant om bij stil je staan als je op school werkt. Ik besprak dit boek samen met een aantal van mijn collega’s en ik wil graag mijn mening ook nog hier delen.

Omdat ik in een leesdip zit en mijn concentratie echt niet bij een verhaal kan houden heb ik het boek na een paar hoofdstukken te hebben gelezen, geluisterd via de online bieb. Het is voorgelezen door Milio zelf en dit maakt het verhaal enorm goed. Je voelt echt wat hij wilt overbrengen, alles is op zijn manier verteld en daarbij is het een fijn verhaal om naar te luisteren.
Zijn schrijfstijl is soepel en persoonlijk, hierdoor leest het heerlijk weg en luistert het echt alsof Milio echt zijn verhaal verteld. De tijdsvolgorde is fijn en niks gaat van de hak op de tak. Milio weet door het vertellen van zijn verhaal van jongs af aan tot en met zijn studententijd heel veel duidelijk te maken over wat hij heeft meegemaakt. Een mooie zin die ik hem ook heb horen zeggen loopt ongeveer als volgt: Armoede is niet het ontbreken van geld, maar meer het ontbreken van kansen door hier minder van te hebben. Dit komt ook in zijn boek naar voren. Hij heeft een moeilijke jeugd gehad doordat hij een opstapeling van moeilijkheden had binnen het gezin, wat ook op school ging resulteren in mindere cijfers en inzet op school om vervolgens van een docent te horen te krijgen dat hij ”misschien maar iets lager moet mikken” in plaats van zijn droom te volgen.
Daar waar ik veel herkende vond ik ook ergens wel wat momenten dat ik zelf dacht… misschien doet hij nu exact hetzelfde bij anderen als waar hij nu doorheen gaat. Bijvoorbeeld over de vooroordelen van studenten en docenten. Hij voelde zich niet bepaald thuis op de universiteit als Amsterdams straattaal sprekende ex-vmbo leerling, maar hij vertelde ook volmondig over ”de andere studenten” die vervolgens ook allemaal over één kam worden geschoren als mensen die de kansen hebben gehad, een welvarend gezin en van hbo of gymnasium komen met allemaal de parate kennis in huis. Dit terwijl ook hij niet van iedereen zijn of haar achtergrond kende en hij zelf ook zo veel mogelijk mee probeerde te doen door zijn taal wat aan te passen en wel mee te gaan met uitjes of een diner bij iemand thuis waardoor anderen dit ook niet altijd van hem wisten.
Ik was toch wat stiller bij de boekbespreking dan dat ik had voorzien. Ten eerste omdat ik het soms best lastig vind om (geschikte) spreekruimte te vinden tussen de lopende gesprekken, maar daarnaast ook vanwege het onderwerp. Veel van ons hadden het boek mee en er ook nog papiertjes met aantekeningen tussen met dingen die ze wilden voorlezen en bespreken. Ik had ook tabs erbij. Maar niet persé met dingen die ik wilde vragen, maar vooral met punten die ik herkende vanuit mijn eigen jeugd. Op de een of andere manier vond ik het lastig om in de groep te gooien, want ik wilde niet zielig doen door mijn ervaringen te delen, maar ergens was mijn ervaring delen misschien juist wel goed geweest.
Laat me één ding voorop stellen. Ik heb zeker niet de leefomstandigheden van Milio gekent, maar ik herkende enorm veel momenten over vooroordelen, het hebben van weinig geld en kansenongelijkheid. Vooral in het tweede deel van het boek bleef ik maar mijn luisterboek pauzeren om mijn fysieke exemplaar erbij te pakken om een tabje op de jusite bladzijde te plakken. Maar ook heb ik momenten gehad waarop ik dacht, tsja, ik kan eigenlijk ook wel een boek schrijven over mijn eigen leven met alles dat ik heb meegemaakt, omdat ik dus zo veel herkende, voegt het voor mij niet veel toe. Mensen om mij heen die dit boek hebben gelezen hebben veel nieuwe of aangevulde inzichten gekregen en hebben veel uit het boek gehaald, wat voor mij eigenlijk niet echt van toepassing is.
Al met al vond ik het wel een heel goed boek en heb ik zeker geen spijt dat ik het heb gelezen/geluisterd. Ik heb een heerlijke tijd gehad en ik ben blij dat Milio zijn ervaring zo heeft kunnen delen en mensen iets kan meegeven, al is het kennis, inzicht of herkenning. Het is een belangrijk boek en ik zou het iedereen kunnen aanraden.
Een persoonlijk en rauw verhaal over de impact van kansenongelijkheid.
In het huis waarin Milio van de Kamp opgroeit is regelmatig geen licht of warm water, en in de buurt waar hij woont is criminaliteit aan de orde van de dag. Toch lukt hem uiteindelijk wat zovelen niet lukt: ontsnappen uit de armoede. Hoewel zijn docent hem adviseert iets lager te mikken, slaagt hij erin vanuit het vmbo de universiteit te bereiken. Maar de sociale stijging komt niet zonder offers.
In Misschien moet je iets lager mikken vertelt Milio aan de hand van zijn eigen ervaringen over de impact van armoede en kansenongelijkheid. Vervreemding van je familie, je nergens volledig thuis voelen, hoge schulden, depressie. Steeds weer loopt hij tegen de stigmas rondom armoede aan.
Dit boek legt glashelder de complexiteit van maatschappelijke ongelijkheid bloot. Het is geen lofzang op het idee dat je alles kunt bereiken mits je hard genoeg je best doet. Wél is het een erkenning van de onvoorstelbare veerkracht van mensen die van jongs af aan geconfronteerd worden met hun ongelijke startpositie in het leven.
